Huisvestingsrichtlijn Griekse landschildpad (Testudo hermanni)

Auteurs: Laurens Woldering en Ruurd van Donkelaar, ESF 

 

 Herkomst   Balkan
 Biotoop / habitat  Weiden, struik en open boshellingen, oude wijn- en olijfgaarden
 Maximale lengte (cm)
 30
 Maximaal gewicht (kg)
 3,2
 Levensverwachting (jaren)
 50 - 60 jaar

 

 Type terrarium  Steppenterrarium (voorjaar/herfst)   Steppenbuitenterrarium met kastje (zomer)
 Aantal  1-1  1-1
 Oppervlakte (m2)
 2  5 (>3 dieren, 10)
 Hoogte (m)
 0,5  0,5
 Extra per dier (m2)
 0,5  1

 

Temperatuur (°C)   Zomer
 maximaal  32
 minimaal  20 (dag), 10 (nacht)
 Winter  maximaal 8
 minimaal 3
 Luchtvochtigheid (%)
 Zomer  maximaal 60
 minimaal 40
 Winter  maximaal  60
 minimaal  40

 

 Waterdeel (%)
 Niet van toepassing
 Bodembedekking
 Binnenverblijf: grof zand, beukensnippers
 Buitenverblijf: natuurlijke begroeiing met gras en kruiden
 Verlichting  Lux (min)
 
 UV (ja/nee)  
 Voedsel
 Kruiden zoals paardebloem, klaver, weegbree en melkdistel, niet te natte groenten zoals andijvie,
 witlof en kool, zeer beperkt fruit, vezelrijk en weinig proteïnen, Heucobs.

Ondersoorten
Testudo hermanni hermanni is het westelijke ras van de Griekse landschildpad en Testudo hermanni boettgeri, het oostelijke ras. De rassen worden tegenwoordig ook wel als afzonderlijke soorten Testudo hermanni en Testudo boettgeri beschouwd. Daarnaast is recent de Dalmatische landschildpad, Testudo hercegovinensis, die eerst onder T.h. boettgeri gerekend werd, als aparte soort afgescheiden. Deze verschilt in een aantal morfologische kenmerken van de andere soorten/rassen.

Literatuur
- Bonin F., B.Devaux, A.Dupre (1996) Toutes les Tortues du Monde
- Highfield A.C.,(1990) Keeping and Breeding Tortoises in captivity
- Regelmatige artikelen in De Schildpad en Trionyx, Nederlandse Schildpadden Vereniging

Weblinks
www.studbooks.org
www.schildkroeten-farm.de
www.villa-testudo.de

 

Aanbevelingen voor de kweek 

Voor de kweek is het van belang dat de dieren in een kleine groep van minimaal één man met enkele vrouwen wordt gehouden met de beschikking over een goed zonnig buitenterrarium. Hier moeten de omstandigheden natuurlijk voorzien zijn van een hellinkje, beschutting met lage heesters, een schuilgelegenheid voor slecht weer en een goede zonplek, bijvoorbeeld met een broeibak of een kasje. Altijd zorgen voor twee uit/ingangen om te voorkomen dat een groot dier de uitgang verspert voor kleinere die dan door oververhitting kunnen sterven. Vochtige ca. 25 cm diepe leem/zand plekken dienen aanwezig te zijn voor het leggen van eieren. Als voer moet zoveel mogelijk natuurlijke, wilde kruiden gevoerd worden en zo min mogelijk gekweekte groentes en fruit. Vitaminen en mineralen mogen niet ontbreken. Voor een goede kweek is een winterrust/winterslaap noodzakelijk. Het opkweken van de jongen is probleemloos; voedsel is het zelfde als voor de ouders, doch klein gesneden.

Opmerkingen
De soort is beschermd en valt onder Appendix II van het CITES verdrag. Dit betekent dat het houden van deze soort geregeld wordt middels overdrachts- en bezitsontheffingen. De westelijke ondersoort is het sterkst bedreigd.

Ga naar boven