Huisvestingsrichtlijn Indische sterschildpad (Geochelone elegans)

Auteur: Arnaud van den Berg, ESF 

 

 Herkomst 
 Pakistan, Noord-India, Zuid-India, Zuidoost-India en Sri-Lanka
 Biotoop / habitat
 Semi aride tot vochtig tropische gebieden, savanneachtig biotoop,
 maar ook in tropische bossen
 Maximale lengte (cm)
 Max. 30 cm carapaxlengte vrouwtjes en max. 20 cm carapaxlengte
 mannetjes. Zuid-India type blijft wat kleiner: max. 25 cm.
 Maximaal gewicht (kg)
 vrouwtjes: 2,5 à 3 kg
 mannetjes: 1 à 1,5 kg
 Zuid-India typen: max 2,5 kg
 Levensverwachting (jaren)
 

 

 Type terrarium  Semi aride met vochtige plaatsen. Zorg voor schuilplekken. 
 Aantal  2
 Oppervlakte (m2)
 1,5 x 0,8
 Hoogte (m)
 0,5
 Extra per dier (m2)
 + 1/3 van de standaardoppervlakte.

 

Temperatuur (°C)   Zomer  maximaal  40
 minimaal  25 (dag), 18-21 (nacht)
 Winter  maximaal 40
 minimaal 25 (dag), 18-21 (nacht)
 Luchtvochtigheid (%)
 Zomer  maximaal 80-90 (regenseizoen)
 minimaal 50-60 (droogteperiode)
 Winter  maximaal 80-90 (regenseizoen)
 minimaal 50-60 (droogteperiode)

 

 Waterdeel  Groot ondiep waterdeel ten behoeve van bad- en drinkwater. Eventueel vernevelingsapparatuur.
 Bodembedekking
 Diverse mogelijkheden;cocos-humus of combinatie zand/turf met afdeklaag van bark, hennepvezel,
 beukensnippers,duivengrit. Door enkele houders wordt een combinatie van genoemde substraten
 toegepast.
 Verlichting
 TL-verlichting (daglichtlamp) voor algehele daglengte bepaling makkelijk realiseerbaar door middel
 van timers. Brandduur 12 tot 15 uur. In de winter ca. 2 à 3 uur korter. Één of meerdere zonplekken
 met lokaal een temperatuur van 40°C. Bruikbare lampen: kwikdamplampen, keramische lampen.
 UV kan voorzien worden door TL, spaarlampen of combinatie warmte/UV.
 
 
 Voedsel
 Vooral vegetarisch: grote behoefte aan vezelrijke voeding. Diverse groenten waaronder andijvie,
 witlof, veldsla, Heucobs, wilde planten, Timothee gras, smalle weegbree, paardebloem, klaver en
 diverse aanverwanten. Als zadenmengsels verkrijgbaar in de handel. Voeding wordt verrijkt met
 vitaminen, mineralen en kalkpreparaten om aan de dieren hun kalkbehoefte te voldoen. Dit zowel bij
 jonge als volwassen dieren.

Aanbevelingen voor de kweek
In het verblijf dienen enkele vochtige eilegplekken beschikbaar te zijn, waar tot een diepte van ca. 2/3 van de carapaxlengte de eieren begraven kunnen worden. Deze plekken kunnen bijvoorbeeld uit een zand-/turfmengsel bestaan (meest courant in gebruikt). Deelname aan het ESF-stamboek/fokprogramma is zeer aan te bevelen, onder andere om inteelt te voorkomen en een optimale verzorging te garanderen. Voorts is het aan te raden de dieren maandelijks te wegen om zo de gezondheid/conditie van de dieren te kunnen beoordelen. Incubatietijd van de eieren: 90 tot 198 dagen bij 30 tot 32°C. Vermiculiet is een goed broedsubstraat. Het grootbrengen van de jonge dieren verloopt over het algemeen zonder problemen. In een opkweekterrarium voorziet men van goed vochtige plaatsen en beschuttingsmogelijkheden (stronken, valse planten) Dit ter preventie van schildmisvorming en bultvorming. Dieet is idem van ouderdieren, frequentie van voederen kan afwijken.

Opmerkingen
Beide geslachten kunnen prima tezamen gehuisvest worden. Meerdere mannen in één groep is makkelijk realiseerbaar, soms zelfs wenselijk ter bevordering van kweek.  Aggressiviteit tussen de verschillende geslachten of dieren van het zelfde geslacht worden niet waargenomen. Ook naar de verzorger toe niet. Door klimaatsverandering (regentijd en verlenging van de daglengte) wordt de voortplantingscyclus gestimuleerd. Paarpogingen op vreedzaame manier worden quasi hele jaar waargenomen. Om de klimaatscondities die in het land van herkomst gelden te kunnen simuleren, werden een klimaatatlas geraadpleegd en data van weerstations via internet gebruikt.

Houdbaarheidsgraad 
Deze soort is goed te houden. Er is zowel Nederlandstalige als anderstalige info over deze soort beschikbaar. Mede door zijn grootte is het vrij gemakkelijk om aan de huisvestingsrichtlijnen te voldoen. Sinds 2002 is er een stamboek opgenomen voor deze soort binnen de ESF. De laatste 3 jaar wordt in toenemende mate nakweek verkregen wat bewijst dat deze soort uitstekend in gevangenschap te houden en te verzorgen is. Het betreft hier houders uit Nederland, België en Engeland. Ook buiten het stamboek is wordt er al wat jaren druk nakgekweekt, met name in Duitsland. Nakweekdieren zijn over het algemeen probleemloos groot te brengen. Het is een kleurrijk en plezierig dier om te houden en te verzorgen.
Zie www.studbooks.eu voor de stamboekverslagen.

Literatuur 

  • Berg, A van den. (2007) : Persoonlijke ervaringen met de Indische sterschildpad Geochelone elegans
    (SCHOEPFF,1795). Trionyx 5(6): 162-171.
  • Bidmon, H-J. (2002a): Die indische Sternschildkröte Geochelone elegans (SCHOEPFF,1795) - Eine problematische tropische landschildkröte ? Mehrjährige Haltung und Vermehrung in Deutsland. Teil 1: Aussehen, Verbreitung und lokalrassen, Einwöhnung, Vorstellung der Zuchtgruppe. REPTILIA(D), 6(32): 56-64.
  • Bidmon, H-J. (2002b): Die indische Sternschildkröte Geochelone elegans (SCHOEPFF,1795)- Teil 2: Haltung.REPTILIA(D), 6(33): 56-63.
  • Bidmon, H-J. (2002c): Die indische Sternschildkröte Geochelone elegans (SCHOEPFF,1795)- Teil 3: Nachzucht.REPTILIA(D), 6(34): 56-62.
  • Bidmon, H-J. (2002d): Die indische Sternschildkröte Geochelone elegans (SCHOEPFF,1795)- Teil 4: Schlupf, Aufzucht und krankheiten. REPTILIA(D), 6(35): 56-63.
  • Bulsing, P (2003): Stamboek voor de Indische sterschildpad opgestart (Geochelone elegans). Trionyx 1 (4): 93-97.
  • Bulsing, P & A. van den Berg (2007) : Stamboek Indische sterschildpad overgedragen. Trionyx 5(1): 19-21.
  • Fife, Jerry D- (2007): The Natural history, Captive Care and breeding of Geochelone elegans and Geochelone Platynota. Turtles of the world, number 10. ISBN 0-9787556-2-6.
  • Sanz, A & F.J Valverde (1999) : Geochelone elegans : Keeping and breeding the Indian Startortoise. REPTILIA (GB), (9): 43-49.
  • Silva, Anslem de: The biology and status of the Star Tortoise in Sri Lanka.
  • Storms, G. & H-D Philippen (2004): Langjährige Zucht der Indischen Sternschildkröte, Geochelone elegans (SCHOEPFF,1794). MARGINATA (D), (4): 22-30.
  • Vinke, T & S Vinke (2004): Vermehrung von Landschildkröten.
  • Wolff, B (2004): Auf der Suche nach der Sternschildkröte (Geochelone elegans). MARGINATA (D), (4): 16-21.

 Verblijf Geochelone elegans (foto: Arnaud van den Berg)Jonge Geochelone elegans (foto: Arnaud van den Berg)  Volwassen Geochelone elegans (foto: Arnaud van den Berg) 

 

 

 

 

 

 

 

  Geochelone elegans die uit het ei breekt (foto: Arnaud van den Berg)

 

Ga naar boven