Huisvestingsrichtlijn muskusschildpadden (Sternotherus spp)

Auteur: Jan Boonstra, Job Stumpel, ESF 

 

 Herkomst 
 Zuidelijk Canada en oostelijk deel Verenigde Staten
 Biotoop / habitat
 Moerassen, vennen, poelen, meertjes, vijvers, greppels
 Maximale lengte (cm)
 15 cm
 Maximaal gewicht (kg)
 Afhankelijk van de ondersoort
 Levensverwachting (jaren)
 

 

 Type terrarium  Aquaterrarium
 Aantal  1
 Oppervlakte (m2)
 0,4 x 0,8
 Hoogte (m)
 0,4
 Extra per dier (m2)
 +20%

 

Temperatuur (°C) 

 20-28°C, onder warmtelamp van 40W ca. 35°C, winterrust/slaap 5-10°C; luchttemperatuur
 moet enige graden hoger zijn dan de watertemperatuur

 Luchtvochtigheid (%)
 

 

 Waterdeel  60x40 cm, waterhoogte 15 -20 cm
 Bodembedekking
 Landgedeelte zand of mengsel van zand en aarde, diepte ca.15 cm, op de waterbodem geen
 bodembedekking of grind; in het water stenen of stronken om het de dieren gemakkelijk te maken
 het wateroppervlak te bereiken.
 Verlichting  Zon of spotje ca. 40W
 
 
 Voedsel
 Dieren zijn voornamelijk carnivoor: slakken, insecten, vis, garnalen, kattenbrokjes, regenwormen,
 meelwormen, schildpaddenpellets, magere tartaar met vitaminen/mineralen, sepia en schalen van
 kippeneieren, waterplanten

 

(Onder)soorten
Sternotherus odoratus

Sternotherus minor minor
Sternotherus minor peltifer
Sternotherus carinatus

Sternotherus depressus

Aanbevelingen voor de kweek
Om stress te voorkomen, kunnen man en vrouw het beste apart worden gehouden. Voor de paring kunnen zij enige malen onder toezicht bij elkaar geplaatst worden. Een winterrust of -slaap van 2 tot 3 maanden is mogelijk bevorderlijk voor het verkrijgen van nakweek. Het vrouwtje legt de eieren in het landgedeelte op een diepte van ca. 10 cm. Bevruchte eieren tonen kort daarna een witte band  over de breedte. De eieren hebben een harde schaal. Deze kunnen worden geplaatst (niet draaien, merken met zacht potlood) in een doos of bakje met substraat van vermiculiet of Seramis, dat gezet moet worden in een broedstoof met een temperatuur van 28 tot 30°C. Een legsel bevat doorgaans 2 tot 5 eieren. De broedtijd is 65 tot 86 dagen. Uitgekomen jongen moeten qua temperatuur en vochtigheid onder broedstoofcondities blijven tot de dooierzak in het lichaam is opgenomen. Daarna kunnen de 2 cm grote jongen worden geplaatst in een klein bakje met een waterstand van 2 tot 3 cm, die geleidelijk met het opgroeien kan worden verhoogd. Zorg voor schuilplaatsen en voor een plek onder een warmtespot. Wennen aan voedsel gaat met klein levend voer: tubifex, muggenlarven, wormpjes, watervlooien, waarna geleidelijk overgaan op dieet voor volwassen dieren.

Opmerkingen
Behalve Sternotherus odoratus, komen de andere (onder)soorten van Sternotherus uitsluitend voor in het zuiden van de Verenigde Staten. Deze (onder)soorten kunnen eventueel bij een iets hogere temperatuur dan die bij S. odoratus, worden gehouden. De (onder)soorten van Sternotherus zijn geschikt voor de beginnende serieuze houder. Het betreft kleine en doorgaans levendige dieren.

Literatuur

  • De muskusschildpad in: Special waterschildpadden, Nederlandse Schildpadden Vereniging 1995;
  • Schilde, M., Schlammschildkröten, Natur und Tier Verlag, Münster 2001, ISBN 3-937285-34-2;
  • Schilde, M., Die Moschusschildkröte, Natur und Tier Verlag, Münster 2004, ISBN 3-931587-2;
  • Stumpel, J. (2006) Verzorging en kweek van de kleine muskusschildpad (Sternotherus minor minor). Trionyx 4(5): 134-144.

 

Ga naar boven