Huisvestingsrichtlijn modderschildpad (Kinosternon subrubrum)

Auteur: Jan Boonstra, ESF 

 

 Herkomst 
 Zuidoostelijk deel Verenigde Staten (K.s.s) stroomgebied Mississippi
 (K.s. hippocrepis), Florida (K.s. steindachneri)
 Biotoop / habitat  Moerassen, vennen, poelen, meertjes, vijvers, greppels
 Maximale lengte (cm)
 12,5 cm
 Maximaal gewicht (kg)
 Afhankelijk van de ondersoort
 Levensverwachting (jaren)
 onbekend

 

 Type terrarium  Aqua terrarium
 Aantal  1
 Oppervlakte (m2)
 0,8 x 0,4
 Hoogte (m)
 0,4
 Extra per dier (m2)
 20%

 

Temperatuur (°C)   20-28°C, onder warmtelamp van ca. 40W 35°C, winterrust/slaap 5-10°C;
 luchttemperatuur moet enige graden hoger zijn dan de watertemperatuur
 Luchtvochtigheid (%)
 75%

 

 Waterdeel (%)
 60x40 cm, waterhoogte 15 tot 20 cm
 Bodembedekking

 Landgedeelte zand of mengsel van zand en aarde, diepte ca.15 cm, op de waterbodem
 geen bodembedekking of grind; in het water stenen of stronken om het de dieren
 gemakkelijk te maken het wateroppervlak te bereiken.

 Verlichting  Zon of spotje ca. 40W
 Voedsel
 Dieren zijn voornamelijk carnivoor: slakken, insecten, vis, garnalen, kattenbrokjes,
 regenwormen, meelwormen, schildpaddenpellets, magere tartaar met
 vitaminen/mineralen, sepia en schalen van kippeneieren, waterplanten.
 

Ondersoorten
Kinosternon subrubrum subrubrum
Kinosternon subrubrum hippocrepis
Kinosternon subrubrum steindachneri

Aanbevelingen voor de kweek
Om stress te voorkomen, kunnen man en vrouw het beste apart worden gehouden. Zeker wat oudere mannetjes kunnen erg opdringerig zijn. Voor de paring kunnen zij enige malen onder toezicht bij elkaar geplaatst worden. Een winterrust of -slaap van 2 tot 3 maanden is bevorderlijk voor het verkrijgen van nakweek. Het vrouwtje legt de eieren in het landgedeelte op een diepte van ca. 10 cm. Bevruchte eieren tonen kort daarna een witte band over de breedte. De eieren hebben een harde schaal. Deze kunnen worden geplaatst (niet draaien, merken met zacht potlood) in een doos of bakje met substraat van vermiculite of Seramis, welke geplaatst moet worden in een broedstoof met een temperatuur van 28 tot 30°C. Een legsel bevat doorgaans 2 tot 4 eieren. De broedtijd is 90 tot 176 dagen. Uitgekomen jongen moeten qua temperatuur en vochtigheid onder broedstoofcondities blijven tot de dooierzak in het lichaam is opgenomen. Daarna kunnen de 2 cm grote jongen worden geplaatst in een klein bakje met een waterstand van 2 tot 3 cm, die geleidelijk met het opgroeien kan worden verhoogd. Zorg voor schuilplaatsen en voor een plek onder een warmtespot. Wennen aan voedsel gaat met klein levend voer: tubifex, muggenlarven, wormpjes, watervlooien, waarna geleidelijk overgaan op dieet voor volwassen dieren. 

Opmerkingen
De ondersoorten Kinosternon subrubrum spp zijn geschikt voor de beginnende serieuze houder. Het betreft kleine en doorgaans levendige dieren.


Literatuur 

  • Fleminks, F.,1981; De verzorging en nakweek van twee Noordamerikaanse moerasschildpadden (Chrysemys picta en Kinosternon subrubrum hippocrepis). Lacerta 39: (12): 190 – 195;
  • De Missisippi modderschildpad in: Special waterschildpadden, Nederlandse Schildpadden Vereniging 1995;
  • Schilde, M., Schlammschildkröten, Natur und Tier Verlag, Münster 2001, ISBN 3-937285-34-2.

 

Ga naar boven